TECHNIEK DE BASISVORMNG

 

Inleiding

De negentien kerndoelen voor Techniek, die hieronder zijn uitgewerkt,
zijn in augustus 1998 ingevoerd. De doelen zijn geordend in drie domeinen:

A. Techniek en samenleving;
B. Technische producten en systemen;
C. Ontwerpen en maken van producten.

Deze drie domeinen zijn uitgewerkt in elf subdomeinen, te weten:
A. Techniek en samenleving;
· Dagelijks leven;
· Bedrijfsleven en industrie;
· Beroepen;
· Milieu.
B. Technische producten en systemen;
· Materie;
· Energie;
· Informatie;
C. Ontwerpen en maken van producten
· Oplossen;
· Ontwerpen;
· Maken;
· Gebruiken/verbeteren.

De kerndoelen geven aan wat het minimum is dat leerlingen aan kennis
en vaardigheden zouden moeten kennen en kunnen.

 

2.1 Kerndoelen

Domein A: Techniek en samenleving

Dagelijks leven

2.1.1 Kerndoel 1

De leerlingen kunnen door middel van beperkt onderzoek relaties
aangeven tussen technische ontwikkelingen en veranderingen in de
samenleving. Zij kunnen:
· enkele fundamentele ontwikkelingen in de techniek benoemen en
consequenties daarvan aangeven door het dagelijkse leven, zowel
positief als negatief;
· met voorbeelden toelichten hoe mensen en situaties van
invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van nieuwe producten;
· een standpunt verwoorden over technische ontwikkelingen op
basis van argumenten inclusief waarden en normen. Zij kunnen daarbij
onderscheid maken tussen feiten en meningen, oorzaak en gevolg,
aanleiding en effecten.

Bedrijfsleven en industrie

2.1.2 Kerndoel 2

De leerlingen kunnen op grond van waarnemingen in hoofdlijnen het
technisch functioneren van een productiebedrijf schetsen.
Zij betrekken daarbij:
· fasen in de productie;
· kwaliteitszorg;
· werkomstandigheden;
· werkverdeling (sekse, etniciteit)

Beroepen

2.1.3 Kerndoel 3

De leerlingen kunnen op grond van concrete informatie in hoofdlijnen
aangeven voorbeelden geven van technische middelen die in beroepen
gebruikt worden en ze kunnen veranderingen in activiteiten van
technische beroepen aangeven die ontstaan zijn door technische
vernieuwing.

Het milieu

2.1.4 Kerndoel 4

De leerlingen kunnen voorbeelden geven van de invloed van technische
ontwikkelingen en technische productieprocessen op het milieu.
Zij kunnen:
· effecten van technische toepassingen als vervuiling van het
milieu (grond, lucht en water) en emissies (materialen en energie)
uitleggen;
· effecten van technische toepassingen als uitputting van
grondstoffen en energievoorraden uitleggen.


Domein B: Technische producten en systemen

Materie

2.1.5 Kerndoel 5

De leerlingen kunnen:

Van technische producten of systemen de gebruikte materialen en de
materiaaleigenschappen onderscheiden en relatie leggen tussen
functionaliteit, bewerking en vormgeving.

2.1.6 Kerndoel 6

De leerlingen kunnen:

Van technische producten of systemen de soort en de eigenschappen van
verbindingen onderscheiden en relatie leggen met materiaal,
functionaliteit en vormgeving.

          Energie

2.1.7 Kerndoel 7

De leerlingen kunnen:

de gebruikte vormen van energietransport (mechanisch, pneumatisch,
elektrisch en/of hydraulisch) benoemen en deze met gegeven onderdelen
nabouwen.

2.1.8 Kerndoel 8

De leerlingen kunnen:

energieomzettingen in een concrete situatie benoemen.

Informatie

2.1.9 Kerndoel 9

De leerlingen kunnen:

van een modern communicatiesysteem de delen, hun functie en hun
samenhang (signaaloverdracht, -opslag en -omzetting) aangeven.

2.1.10 Kerndoel 10

De leerlingen kunnen:

van een stuur- en regelsysteem de onderdelen en hun functies
aangeven, als mede de samenhang ertussen. De kernwoorden zijn:

· signaalinvoer (sensor);
· signaalverwerking (mens, elektronische schakeling, computer, PLC);
· signaaluitvoer (actuator);

2.1.11 Kerndoel 11

De leerlingen kunnen:

de manier van informatieverwerking van analogie- en digitale systemen
met elkaar vergelijken en toelichten.

2.1.12 Kerndoel 12

De leerlingen kunnen:

het gedrag van een regelsysteem praktisch onderzoeken.

2.1.13 Kerndoel 13

De leerlingen kunnen:

computergestuurde modellen en een eenvoudig productiemachine besturen
door middel van een stuurtaal.


Domein C: Ontwerpen en maken van producten

Oplossen

2.1.14 Kerndoel 14

De leerlingen kunnen:

een aantal technische ontwerpproblemen oplossen via een model voor
probleemoplossend handelen. Het gaat hierbij om het oplossen van:
· verbinding- en constructieproblemen;
· overbrengingsproblemen (omzetten van beweging en kracht);
· besturingsproblemen (meten, sturen, regelen).

Ontwerpen

2.1.15 Kerndoel 15

De leerlingen kunnen:

voor een technisch product een ontwerp maken. Zij kunnen:
· een technisch probleem herkennen en specificeren;
· prioriteiten en randvoorwaarden vaststellen;
· een eenvoudige schets, werktekening of uitslag maken van een
ontwerp met en zonder gebruikmaking van de computer. Hiervoor moeten
zij relevante symbolen kunnen lezen en tekenen.
· een werkplan maken, met of zonder aanwijzingen, voor het
uitvoeren van een ontwerp.

Maken

2.1.16 Kerndoel 16

De leerlingen kunnen:

een product volgens een eigen ontwerp bouwen. Voor het product
(werkstuk) dat ook de vorm kan hebben van een model kunnen diverse
materialen gebruikt worden, zoals hout, textiel, kunststof of metaal,
modelbouwsystemen als ook combinaties daarvan.

2.1.17 Kerndoel 17

De leerlingen kunnen:

Metingen uitvoeren en gegevens van werktekeningen overbrengen op
materialen.

2.1.18 Kerndoel 18

De leerlingen kunnen:

handelingen correct, veilig en milieubewust uitvoeren op het gebied
van verspanen, vervormen, verbinden en samenstellen, waarbij van hout
en/of kunststof en/of textiel en/of metaal gebruik wordt gemaakt.

Gebruiken/verbeteren

2.1.19 Kerndoel 19

De leerlingen kunnen:

het technische ontwerpproces en het product (werkstuk) evalueren,
daarbij rekening houdend met ontwerpeisen en andere randvoorwaarden,
en op basis van de evaluatie voorstellen doen voor verbetering.